Villa Ockenburgh: “Een plek waar mensen zich thuis voelen”

Wie op een zonnige dag Villa Ockenburgh binnenloopt, ziet een terras vol bezoekers, vrijwilligers die in de tuin werken en leerlingen die in de keuken de lunch voorbereiden. Het oogt alsof het altijd zo is geweest. Maar achter deze levendige ontmoetingsplek schuilt ruim tien jaar bouwen, organiseren en vooral: samenwerken. We spraken met Karin Zwinkels, voorzitter van Stichting tot behoud van Historische Buitenplaats Ockenburgh (SHBO). Over doorzettingsvermogen, vrijwilligers en waarom stadmaken uiteindelijk vooral draait om mensen.

Van leegstaand monument naar plek voor de buurt

Twintig jaar lang stond Villa Ockenburgh grotendeels leeg. Tot een groep betrokken bewoners besloot dat het anders moest. “Het begon als een burgerinitiatief. Mensen uit de buurt vonden dat deze bijzondere plek behouden moest blijven. Niet alleen als monument, maar vooral als een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.”

Inmiddels is de stichting eigenaar van het landgoed en werkt zij samen met twee vaste partners: de horecapartner die de exploitatie verzorgt en leerwerkbedrijf Villa Bijzonder, waar jongeren werkervaring opdoen in de horeca. “Die combinatie maakt ons best uniek. We behouden het erfgoed, bieden ruimte aan ondernemerschap én creëren een plek waar jongeren kunnen leren en werken.”

Een plek die langzaam groeide

De ambitie was vanaf het begin duidelijk: Villa Ockenburgh moest een plek worden waar iedereen welkom is. Dat het initiatief zó groot zou worden, hadden ze alleen niet kunnen voorspellen.

“De stip op de horizon was altijd een plek voor ontmoeting, verbinding en inspiratie. Een plek waar je vrij kunt rondlopen, waar kinderen kunnen spelen, waar mensen kunnen genieten van natuur, cultuur en elkaar. Dat het zo zou groeien, is eigenlijk stap voor stap ontstaan.” Die groei zie je vandaag overal terug. Jaarlijks bezoeken duizenden mensen het landgoed voor wandelingen, theater, concerten, exposities, het kabouterpad of gewoon een kop koffie in het groen. Ook worden er bruiloften, condoleances, vergaderingen en netwerkbijeenkomsten gehouden.

130 vrijwilligers die het verschil maken

Misschien wel de grootste kracht van Villa Ockenburgh zijn de vrijwilligers. Inmiddels zijn dat er zo’n 130. Ze onderhouden de tuinen, organiseren evenementen, verzorgen de communicatie, doen onderhoudsklussen, beheren de ICT, helpen bij fondsenwerving of maken deel uit van het bestuur. “Eigenlijk kun je alles bedenken waarvoor we vrijwilligers hebben.” Maar belangrijker nog dan wat ze doen, is hoe ze zich voelen. Dat mensen weten dat ze iets bijdragen. Ieder zet zijn/haar eigen talenten in en dat maakt het tot een krachtig geheel.

“We noemen het hier weleens de familie Ockenburgh. Lief en leed wordt gedeeld. Mensen voelen zich eigenaar van deze plek.” Dat eigenaarschap ontstaat niet vanzelf. “Je moet zuinig zijn op je vrijwilligers. Zie de mensen. Ken ze. Geef ze waardering. Niet omdat het moet, maar omdat ze er écht toe doen.” Vrijwilligers krijgen regelmatig updates, informatieavonden en tijdens de jaarlijkse barbecue worden jubilea gevierd. Sommige vrijwilligers zijn al tien jaar actief.

Samenwerken maakt het sterker

Villa Ockenburgh draait niet alleen op vrijwilligers. Juist de samenwerking met andere organisaties maakt de plek nog krachtiger. Er worden er voortdurend nieuwe verbindingen gelegd met scholen, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Zo werken leerlingen van Villa Bijzonder dagelijks mee in de horeca, is er dagbesteding van ‘s Heerenloo en is er een samenwerking met het Pyramide College. Leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs gaan na de zomer de lunch verzorgen voor de vrijwilligers. “Wij vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen en zich kan ontwikkelen.”

Ook is het informatiepunt van Nationaal Park Hollandse Duinen in het Koetshuis gerealiseerd (open op woensdag, vrijdag zaterdag en zondag van 13.00 tot 16.00). “Een mooi samenwerkingsproject met de provincie Zuid-Holland, gemeente Den Haag, het Zuid-Hollands Landschap, Dunea en Fonds 1818. Vrijwilligers ontvangen bezoekers en informeren hen over de buitenplaats en de omgeving.”

De grootste uitdaging? Niet de mensen, maar het gebouw

Hoewel Villa Ockenburgh inmiddels stevig op de kaart staat, zijn er nog genoeg uitdagingen.

De huidige kas voldoet niet meer aan de eisen en moet plaatsmaken voor een nieuwe orangerie. Dat betekent vergunningstrajecten, architecten, fondsenwerving én een investering van ongeveer anderhalf miljoen euro. “Dat kunnen we als stichting natuurlijk niet alleen. Dus we zoeken voortdurend samenwerking met de gemeente, fondsen en mensen die mee willen denken.”

Daarnaast blijft ook de toekomst van het bestuur aandacht vragen. “Vrijwilligers voor de tuin of evenementen vinden we gelukkig nog steeds. Maar mensen die langdurig bestuurlijke verantwoordelijkheid willen dragen, zijn moeilijker te vinden.”

Leren van andere stadmakers

Zelf halen ze ook veel inspiratie uit andere stadmakers. “We bezoeken bijeenkomsten, delen ervaringen en merken dat mensen ons steeds vaker weten te vinden met vragen. Hoe organiseer je vrijwilligers? Hoe werk je samen met de gemeente? Hoe houd je een initiatief gezond?”

Karin haar belangrijkste advies?  “Heb geduld. Dingen duren soms langer dan je zou willen. Geef niet op. En koester de mensen die zich voor je initiatief inzetten.”

Villa Ockenburgh over tien jaar

Als het aan de stichting ligt, is Villa Ockenburgh over tien jaar nog steeds precies wat het nu is, maar dan nóg sterker. Met een nieuwe orangerie, meer ruimte voor leerwerkplekken en een gemeenschap die blijft groeien. “De wereld wordt steeds individualistischer. Juist daarom hebben we plekken nodig waar mensen elkaar ontmoeten. Ik hoop dat hier over tien jaar nog steeds vrijwilligers rondlopen, kinderen spelen, mensen elkaar ontmoeten en nieuwe generaties herinneringen maken.” Want uiteindelijk is dat misschien wel de grootste kracht van Villa Ockenburgh.

Deel dit artikel