Inspiratiesessie Wijkcoöperaties

Hoe kunnen bewoners meer verantwoordelijkheid nemen voor hun wijk? En wat vraagt dat van de gemeente? Dit waren twee vragen die onlangs centraal stonden tijdens een inspiratiesessie over wijkcoöperaties. De aanleiding? Een inspirerend voorbeeld van de Afrikaanderwijk Coöperatie in Rotterdam.

Deze coöperatie bestaat inmiddels 13 jaar en heeft in die tijd gebouwd aan een lokale organisatie die bewoners verbindt, werk creëert en taken uitvoert die vroeger vaak vanzelfsprekend bij de overheid lagen. Volgens Fred Dukkel, algemeen directeur OCW, een heel actueel onderwerp, ook in Den Haag. Alleen al omdat het arbeidspotentieel in de stad afneemt en bewoners, organisaties en overheid daardoor steeds meer op elkaar aangewezen zullen zijn.

Geen succesverhaal, maar een eerlijk verhaal

Annet van Otterloo van de Afrikaanderwijk Coöperatie nam de aanwezigen mee in de lessen van de afgelopen jaren. Niet als succesverhaal, maar als een eerlijk inkijkje over wat werkt, waar het soms stroef gaat en wat zij met de kennis van nu anders zouden aanpakken.Een belangrijke les: begin klein en bouw voort op wat er al is. Kijk naar de talenten, ideeën en mogelijkheden in een wijk en zet mensen in hun kracht. Juist daardoor kan een initiatief langzaam uitgroeien tot iets groters. Dat kost tijd. En misschien nog wel belangrijker: vertrouwen. Van bewoners, maar ook van financiers en opdrachtgevers. Want dit soort initiatieven ontwikkelen zich vaak anders dan vooraf bedacht of gepland.

Ruimte voor initiatief

Ook de rol van de gemeente kwam uitgebreid aan bod. Een vaste opdracht kan een belangrijke basis zijn om activiteiten te ontwikkelen en werkgelegenheid te creëren. Tegelijkertijd vraagt dat ook om ruimte voor initiatiefnemers om dingen op hun eigen manier aan te pakken. De ervaring uit Rotterdam laat zien dat een wijkcoöperatie niet volledig afhankelijk moet worden van gemeentelijke financiering. Juist een combinatie van opdrachten en andere inkomstenbronnen maakt een initiatief sterker en minder kwetsbaar. Een mooi voorbeeld daarvan is dat de coöperatie inmiddels ook zelf onderzoek en advieswerk uitvoert. Daarmee blijft kennis in de wijk en profiteren bewoners niet alleen inhoudelijk, maar ook economisch van de aandacht die succesvolle initiatieven krijgen.

Haagse vragen

Tijdens de discussie kwamen vervolgens veel Haagse vragen op tafel. Wat gebeurt er als een initiatiefnemer een keer een ‘nee’ krijgt? Waar kun je dan terecht? Hoe vind je een weg binnen de gemeentelijke organisatie? En hoe waarderen we de extra inzet van initiatiefnemers, die vaak veel meer doen dan waarvoor zij formeel opdracht of financiering ontvangen? Hoewel er geen kant-en-klare antwoorden werden gegeven, was er wel een gedeeld vertrekpunt: er zijn altijd obstakels, maar de eerste vraag zou moeten zijn hoe het wél kan. De bijeenkomst was daarmee niet alleen een inspiratiesessie, maar ook het startpunt voor een gezamenlijk leerwerktraject. De komende periode onderzoeken initiatiefnemers en gemeente stap voor stap wat er nodig is voor de oprichting van en opdrachtverlening aan wijkcoöperaties in Den Haag.

Deel dit artikel